Krimp Nederlandse vermogensbeheersector zet door 

De vermogensbeheersector in Nederland krimpt net zoals de gehele bredere financiële sector. Consolidatie en specialisatie zijn hiervan de belangrijkste oorzaken terwijl automatisering nog weinig invloed heeft gehad op het aantal banen. Na een golf van overnames van Nederlandse vermogensbeheerders zal het uitbesteden van beleggingsadministratie en aanverwante diensten ook grote invloed hebben op de omvang van de binnenlandse vermogensbeheersector.

Sector met lokale klanten en internationale serviceproviders

De vermogensbeheersector stelt in Nederland niet zo veel voor qua aantal werknemers. Afhankelijk van de precieze definitie werken er tussen de 8.000 en 12.000 personen in Nederland aan het beheren van het belegde geld van bijna elke Nederlander en menig belegger in het buitenland. De sector bestaat uit de vermogensbeheerders zelf die professioneel geld beheren, uit medewerkers bij hun klanten zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die vermogensbeheer inkopen en uit serviceproviders die ondersteunende diensten bieden bij het beheren van vermogens. De klanten van de vermogensbeheerders zijn overwegend en ook van oorsprong Nederlandse instituten zoals de grootbanken, de pensioenfondsen en de verzekeraars. Dit kan niet gezegd worden van de serviceproviders. De serviceproviders zijn voornamelijk multinationals: de custody banks zijn vrijwel allemaal Amerikaanse zakenbanken, de accountants zijn de ‘Big Four’ en de investment consultants de Amerikaanse actuarieel consultants. Zie hier dan ook het te verwachten voorland van de vermogensbeheersector.

Uitbesteding van operationele infrastructuur zet door als trend

Over overlevingskansen van de Nederlandse vermogensbeheerders is, naar aanleiding van de recente overnames, al veel geschreven. De specialisatie van deze vermogensbeheerders heeft minder aandacht gehad. Buiten Nederland had tien jaar geleden drie kwart van de grotere vermogensbeheerders grote delen van hun operationele infrastructuur uitbesteed. In Nederland was dit anders waar maar een kwart van de grotere vermogensbeheerder dit uitbesteedde. Aegon Asset Management en ABN AMRO Asset Management waren de eerste vermogensbeheerders die de beleggingsadministratie extern, door respectievelijk Citibank en BNY Mellon, lieten uitvoeren. Andere vermogensbeheerders rekenden, analyseerden enprobeerden, maar bleven lang een interne beleggingsadministratie voeren. Hier kwam de afgelopen jaren een einde aan. NN Investment Partners en Robeco besteden inmiddels hun beleggingsadministratie uit en recent kondigde Achmea Investment Management aan ook voornemens te zijn dit te gaan doen. Ook kleine vermogensbeheerders maakten deze stap.

Belang van schaalbaarheid en lagere loonkosten

Beleggingsadministraties zijn, ondanks een hoge mate van automatisering, arbeidsintensief. Door de uitbesteding zullen deze banen in Nederland verdwijnen en verhuizen naar landen met lagere loonkosten en meer ervaring met deze dienstverlening. De aanbieders van ‘third party administration’ hebben grote kantoren in centraal Europese en Aziatische landen. De vraag of deze ontwikkeling een goede of een slechte zaak is, is al bijna niet meer relevant. Het is onvermijdelijk dat deze trend zich doorzet. Vrijwel iedereen in de Nederlandse vermogensbeheersector is het eens met de stelling dat over tien jaar elke grotere vermogensbeheerder de administratie heeft uitbesteed. De voornaamste reden is dat een goede operationele infrastructuur erg prijzig is. Investeringen in moderne technologie in combinatie met steeds hogere eisen, onder andere door nieuwe regelgeving en risicobeheersingsstandaarden, maken het voor een vermogensbeheerder moeilijk om op langere termijn de operationele infrastructuur intern te blijven voeren. Specialisten kunnen deze dienstverlening op een grotere schaal uitvoeren en daarmee efficiënter aanbieden. Maar net zo belangrijk is dat het voeren van een goed werkende administratie door klanten als hygienefactor wordt gezien. Gezien de operationele risico’s wordt het zelf administreren per saldo eerder een potentiële dissatisfier voor de klant dan dat het als een toegevoegde waarde wordt gezien.

Consequenties zijn directe nadelen en indirecte voordelen

Uitbesteding betekent niet automatisch hogere support standaarden en lagere kosten. De ervaring leert dat de standaarden er niet op vooruit gaan en de kosten initieel vaak licht stijgen. Dit roept de vraag op wat dan wel de voordelen zijn waardoor een groot deel van de vermogensbeheerders deze stap zet. De drie voornaamste voordelen zijn een beter kostenbewustzijn, een flexibilisering van kosten en meer focus op de kern van de dienstverlening.

Ondanks dat de meeste grotere vermogensbeheerders een redelijk inzicht hebben in hun kosten, werkt een externe beleggingsadministrateur disciplinerend. Alles wat tot significante extra dienstverlening leidt, heeft als consequentie hogere kosten bij de serviceprovider. Dit terwijl een interne beleggingsadministratie ‘het er wel even bij doet’. Directe kostenconsequenties zorgen voor een betere discussie over de voor- en nadelen van een keuze zoals het voeren van een nieuwe beleggingsstrategie of een nieuw beleggingsinstrument. Dit is natuurlijk enigszins een drogreden, omdat dit ook bij een interne beleggingsadministratie zou kunnen, echter de praktijk leert dat dit onvoldoende gebeurt.

De opbrengsten van vermogensbeheerders bestaan nog steeds veelal uit een percentage van het beheerd vermogen. Een externe beleggingsadministratie maakt de kosten meer variabel. Ondanks dat de kostenmodellen van ‘third party administrators’ niet volledig schalen met de omvang van het beheerde vermogen, is dit deels wel het geval. Dit betekent bij een tijdelijk lager beheerd vermogen ook lagere kosten.

Het belangrijkste voordeel lijkt te zijn dat de vermogensbeheerder een hogere mate van focus op het beheren van vermogen kan hebben. Ondanks dat het aansturen van een externe beleggingsadministratie een taak is die niet onderschat moet worden, is dit uiteindelijk veel minder werk dan het aansturen van een interne beleggingsadministratie. Er blijft een verantwoordelijkheid voor het vaststellen dat aan alle (nieuwe) regelgeving wordt voldaan en er moet nog steeds een prioritering worden gemaakt van alle delen van de operationele infrastructuur waarin geïnvesteerd moet worden. Echter, de bulk van al dit werk wordt door de externe beleggingsadministrateur uitgevoerd. Daarom werkt een externe beleggingsadministratie ook alleen maar goed als het een echt partnership is.

Al met al een onvermijdelijke ontwikkeling, ook al zal het ten koste gaan van de binnenlandse werkgelegenheid. Een versterkte focus op het daadwerkelijke beleggen met meer aandacht voor kosten is uiteindelijk wel in het belang van de klant.

Auteur:

Peter Dom

Meer nieuws

Up-to-date blijven met AF Advisors

Operational Due Diligence vraagt om diversiteit en maatwerk

Het belang dat de beleggingswereld hecht aan Operational Due Diligence (ODD) is ten gevolge van...
Lees meer

Transparantie: een balanceer-act

De werking van beleggingsfondsen is voor een leek moeilijk te doorgronden, zelfs als het om...
Lees meer

Krimp Nederlandse vermogensbeheersector zet door 

De vermogensbeheersector in Nederland krimpt net zoals de gehele bredere financiële sector. Consolidatie en specialisatie...
Lees meer

EMD: Waardevol in onzekere tijden?

Torenhoge inflatie en stijgende rentes zijn aan de orde van de dag. Twee factoren die...
Lees meer